zaterdag 9 december 2017

niet te evenaren worstenbroodjes



Ik heb er een gewoonte van gemaakt om het kookprogramma van Yvette van Boven te volgen. Heel sfeervol en er komen leuke ideeën, recepten en weetjes langs. Elk kookprogramma komt er wel weer iets naar voren, wat ik nog niet wist.
Inmiddels heb ik ook wat kookboeken van haar.  En maakte ik haar saucijzenbroodjes uit het boek 'home made winter', zoals zij ze noemt. Ik vind het meer worstenbroodjes. Lekker dat ze zijn!


Ik maakte de worstenbroodjes van biologisch rundergehakt. Wat duurder dan het gewone gehakt, maar ik vind dat het geld wel waard. De dieren waar het vlees van afkomstig is, hebben een veel beter leven gehad. Daar betaal ik graag wat meer voor.


In deze worstenbroodjes zitten ingrediënten als kaneel en speculaaskruiden. Daar zou ik niet op gekomen zijn, maar het zijn uitstekendentoevoegingen. Natuurlijk gebruikte ik mijn eigen gemaakte speculaaskruiden en ook mijn eigen gemaakte ketchup (zie de blogberichten hierover).



Alle ingrediënten kunnen bij elkaar in een kom worden gegooid en vervolgens gekneed. Werkelijk super gemakkelijk.
Op de bakplaten heb ik bakpapier gedaan in plaats van de bakplaten in te vetten.


Vervolgens kunnen op de plakjes bladerdeeg rolletjes gehaktmengsel worden gelegd.


En deze worden dichtgevouwen, waarbij de randjes goed worden aangedrukt en nog even met een vork worden ingekerfd.



Dat deed ik 24 keer. Ik haal uit 1200 gram gehakt 24 worstenbroodjes. In het kookboek van Yvette van Boven geeft zij aan dat zij uit 1 kilo gehakt 15 worstenbroodjes haalt. Ik heb dat de eerste keer ook gedaan, maar ik vond ze toen persoonlijk met teveel gehakt gevuld.


Inmiddels was het half 1 's nachts. Te laat om de worstenbroodjes af te bakken. Vandaar dat ik ze heb afgedekt en koeler heb gezet.


Vanochtend heb ik de broodjes ingesmeerd met ei en vervolgens gebakken.



Half uurtje in de oven op 180 graden en klaar!


Als ontbijt worstenbroodjes, heel fout maar onwijs lekker!

Voor het recept verwijs ik naar het kookboek Home made winter van Yvette van Boven: mariette's saucijzenbroodjes. Het recept is ook op internet te vinden.


zondag 3 december 2017

snelle speculaaskruiden

We kochten een grote speculaasplank met de afbeelding van een engel. Ik kreeg daarbij de assiociatie van een kerstengel. Speculaas en kerst, gaat dat samen? Ja, dat vind ik van wel: de koude wintermaanden: speculaas en glühwein, kerst......


We willen hem vandaag uitproberen. Toevallig was er deze week op het programma "Binnenstebuiten" een item over speculaaspoppen maken. Dat hebben we eens even goed zitten bekijken. En nu zijn we klaar voor het maken van een grote kerstengel. Tot ik erachter kwam, dat we te weinig speculaaskruiden in huis hebben. Ik heb even rondgestruind op internet en al gauw kwam ik erachter dat het zelf maken van speculaaskruiden niets voorstelt, mits je alle kruiden hiervoor in huis hebt. En dat had ik!


Het recept komt van 'Rutger bakt', maar er zijn talloze recepten van speculaaskruiden te vinden met ieder een ander accent.

Recept voor speculaaskruiden

Ingrediënten
- 8 tl gemalen kaneel
- 2 tl gemalen kruidnagel
- 2 tl gemalen nootmuskaat
- 1 tl gemalen korianderzaad
- 1 th gemalen anijszaad
- 1 tl gemberpoeder
- 3/4 tl gemalen kardemon

Werkwijze
Meng alle kruiden door elkaar en berg dit mengsel luchtdicht op.



Ik maakte meteen een dubbele portie.

zaterdag 2 december 2017

het verhaal van de witte en de rode wijnazijn en hun moeders


Al langere tijd ben ik geïnteresseerd in fermenteren. Ik heb er een aantal boeken over gekocht en ben me erin gaan verdiepen.


Na het geslaagde zuurkoolexperiment, waarbij fermenteren ook een belangrijke rol speelt (zie hierover de blogberichten), wilde ik azijn gaan maken.

Ik kon 2 azijnvaatjes op de kop tikken. Heel belangrijk bij deze vaatjes is dat ze niet lekken. Ik zag al snel dat de er sprake was van lekkage.


 Ik bestelde daarom nieuwe kurken en beukenhouten tapkraantjes.


Deze kurken en kraantjes moeten de kans krijgen om zich vol te zuigen met water. Hiervoor moet je ze minstens 24 uur in water leggen, waarbij je ervoor moet zorgen dat ze geheel onder water liggen. Ik deed dat door er een schoteltje op te leggen.


Hierna plaatste ik de kurken en de kraantjes op de azijnvaatjes.


Vervolgens goot ik water in de vaatjes en zorgde ik ervoor dat de waterrand boven de kurk zat. Hierdoor blijft de kurk in contact met vocht en kan ik controleren of  het kraantje lekt. Ik heb dit zo een week laten staan. Tijdens de eerste dagen lekte 1 kurk. Deze drukte ik steeds aan. Na een paar dagen was het lekken over.

Azijnmoeder (of dochter)
Via Facebook kwam ik in contact met een mevrouw die in Frankrijk woont en een azijnmoeder heeft. Dat klinkt heel spannend en dat was het eigenlijk ook wel.
Een azijnmoeder ontstaat doordat alcohol, via een bacterie (de acetobacter-bacterie) in contact komt met zuurstof. De bacteriën worden zichtbaar door een gelei-achtige laag, die op de oppervlakte drijft. Dit proces kan heel lang duren, wel een half jaar. Je kunt echter ook een moederkoek rechtstreeks aan de wijn toevoegen, waardoor het proces van de omzetting van wijn in azijn veel sneller gaat.
Ik koos ervoor om de azijnmoeder, via de post, van de mevrouw uit Frankrijk te laten komen. En zowaar, dat ging goed.

Deze azijnmoeder (of dochter) deed ik in een weckfles van een liter, waarbij ik wat rode wijn toevoegde.




Hierover plaatste ik een doekje, wat ik met een elastiek vastzette en dit liet ik een week staan. Dit doekje is noodzakelijk om te voorkomen dat er fruitvliegjes in de azijn in wording komen (ik dacht dat deze er in de winter niet zijn, maar dat blijkt toch het geval te zijn).


Hierna kon de azijnmoeder en wijn in het azijnvat. Ik zag dat de azijnmoeder wat groter was geworden.



Vervolgens goot ik er zoveel rode wijn bij, totdat de rand hiervan boven het kraantje uitkwam.





Dit vat staat nu in de keuken. Het is belangrijk dat er een behaaglijke temperatuur is, want anders zet de alcohol zich niet om in azijn. De beste plek, in de winter, lijkt me de keuken daarvoor. De azijn in wording, moet op een donkere plek staan. Aangezien het azijnvat helemaal afgesloten is, is het, naar mijn idee, donker genoeg.  Af en toe doe ik er wat rode wijn bij, meestal is dat het laatste restje uit de fles. En nu is het afwachten.......

Nagekomen informatie in juni 2018
De rode wijnazijn, waarmee ik begonnen ben in december is nog steeds niet naar mijn zin. Ze ruikt chemisch en niet naar azijn. Ik heb me zitten afvragen hoe dit kan. Ik vermoed dat dit is, omdat ik er in de winter mee begonnen ben. De temperatuur is dan niet optimaal. In de zomer is de temperatuur beter. De bacteriën vermenigvuldigen zich vanaf een temperatuur van ongeveer 20 graden. Bij 25 graden gaat het zelfs lekker snel, zo heb ik gelezen.
Ik kreeg ook nog een tip van een bloglezer, Pascal Gelling. Hij is een verzamelaar van kennis over oude conserveringstechnieken, die helaas steeds meer verdwijnen. Zijn tip is als volgt:
1 procent alcohol wordt omgezet in 1.2 procent azijnzuur. Azijn uit de winkel bevat ongeveer 5 procent azijnzuur. Als je wijn onverdund wilt laten omzetten naar azijn, krijg je veel te veel azijnzuur. Dit is veel te sterk en vertraagt het azijnmaakproces. Azijnzuurbacteriën kunnen namelijk moeilijker vermenigvuldigen boven de 10 procent azijnzuur waardoor het veel langer duurt voordat alle alcohol eindelijk is omgezet. Het is dus raadzaam om de wijn te verdunnen met water.
De verhouding is als volgt: bij een alcoholpercentage van 12 tot 14 procent: doe 35 ml water bij 100 ml wijn. 
Ik heb dit alsnog gedaan (juni 2018) en wacht nu af wat het doet. 

Voor de witte wijnazijn kocht ik een kant en klare azijncultuur (of moedercultuur).


Om een zo optimaal mogelijke omgeving te creeren, verwarmde ik de witte wijn tot 30 graden. Azijnbacteriën houden van warmte en werken optimaal bij een temperatuur van maximaal 30 graden. Bij een temperatuur van lager dan 17 graden, worden ze inactief.



Hierna goot ik de wijn in het wijnvat en daarbij het flesje azijncultuur.



En ook dit vat staat nu in de keuken.


De vaatjes staan mooi naast elkaar.



Als ik een restje wijn heb, voeg ik dit toe. En nu is het wachten......

Nagekomen informatie juni 2018
Ook de witte wijnazijn is nog niet goed. Ook hier voeg ik nu water aan toe in een verhouding van 100 ml wijn- 35 ml water. Zie voor verdere info, het schuingedrukte stukje een stukje verder bovenaan, bij rode wijnazijn.

In de volgende link, kun je lezen over het vervolg van de witte en de rode wijnazijn:
http://passievoorzelfmaken.blogspot.nl/2018/01/moeders-en-wijnazijn-deel-2.html

En tot besluit een mooi dromerig liedje, waarin belgische en nederlandse emoties samenvloeien:

charl delemarre en nina sampermans


zondag 26 november 2017

winterse vlierbessensiroop


Eind augustus ging ik op pad om vlierbessen te plukken. Met veel moeite kreeg ik 2 kilo bij elkaar.  Ik las op Facebook dat er overal volop vlierbessen te vinden waren, ik zag ze echter niet. Een vreemde zaak. Ik kan mij nog herinneren dat ik vroeger, met mijn ouders, moeiteloos zakken vol vlierbessen plukte voor vlierbessenwijn.
Met de verwachting nog wel een keer vlierbessen te vinden maakte ik sap van de vlierbessen en vroor dit in.  Helaas vond ik later nog maar een heel klein beetje vlierbessen en dit vroor ik ook in.


 Vandaag besloot ik om van wat appels met de ingevroren vlierbessen een wintersap te maken.







Dit leverde ruim 2 liter prachtig donkerrood sap op.


 Ik persoonlijk verdun dit sap altijd als ik het drink met ongeveer de helft aan water. Het is een heel indringend sapje, maar wel lekker.

Daarna maakte ik van het vlierbessensap een vlierbessensiroop. Hiertoe maakte ik het vlierbessensap een lauwwarm en voegde er 2 kilo suiker aan toe. Dit roerde ik tot de suiker was opgelost.


Vervolgens loste ik 40 gram citroenzuur op een een beetje warm water.
De verhouding is als volgt:
op 1liter vlierbessensap 1 kilo suiker en 20 gram citroenzuur.



 En ook dit voegde ik toe aan de vlierbessensiroop en roerde totdat ook dit was opgelost in de siroop. Dit citroenzuur wordt toegevoegd om de houdbaarheid van de siroop te vergroten. Ik doe het om de smaak wat lichter te maken.
Met vlierbessen loop je het risico dat het geleert, als je het te heet maakt bij de toevoeging van de suiker en het citroenzuur. Vandaar dat je het sap niet al te heet moet maken en even moet roeren om de suiker en de citroenzuur opgelost te krijgen. Maar dat lukt prima!
Vervolgens heb ik de 6 halve litertjes vlierbessensiroop nog gedurende ruim een half uur op 90 graden geweckt. En klaar!


 Wecken is niet echt nodig, maar ik doe het voor de zekerheid. Ik heb zoveel siroopjes dat deze niet al te snel opgaan. Ik geef ook veel weg en zou het vervelend vinden als de siroop gaat schimmelen. Wecken vind ik dan een kleine moeite.